'Maatregelen tegen boktor waren onvoldoende'
De maatregelen die het ministerie van LNV eind 2007 heeft genomen tegen de Oost-Aziatische boktor in het Westland, zijn niet afdoende geweest. Dat concludeert LNV-minister Gerda Verburg in een brief vorige week aan de Tweede Kamer.
Onlangs ontdekte de Plantenziektenkundige Dienst (PD) twee uitvlieggaten en twee levende larven van Anoplophora chinensis in hetzelfde Westlandse gebied waar deze boktor voor het eerst in Nederland opdook.
Ditmaal was de vondst niet in Acer, de belangrijkste waardplant, maar in Crataegus en Cornus. Deze twee gewassen stonden nog niet op de EU-waardplantenlijst van het quarantaine-organisme.
Naar aanleiding van de vondst eind 2007, had de PD alle Acer binnen een straal van 200 m rond de vondst, vernietigd. Daarnaast voerde de dienst intensieve inspecties uit om te kijken of de boktor daar inderdaad was uitgeroeid.
Vanwege de nieuwe vondst in andere gewassen, besloot LNV om alle loofbomen en -struiken binnen een straal van 100 m rondom de besmetting te verwijderen. Het gaat om 90 bomen en 374 struiken in plantsoenen en particuliere tuinen. De PD betaalt de opruimingskosten bij particulieren. Minister Verburg heeft laten weten de gedupeerde tuinbezitters tevens tegemoet te zullen komen in de geleden schade..
Bron:www.deboomkwekerij.nl 02-09-2009









